WANNEER DE DOOD UIT DE HEMEL KWAM

INLEIDING

Het is pas vanaf 25 juli 1909, de dag waarop Louis Blériot het Kanaal overstak, dat het gebruik van vliegtuigen voor militaire doeleinden in overweging werd genomen.
Toch bleven in 1914 de observatietaken traditioneel toevertrouwd aan de zich makkelijk verplaatsbare lichte cavalerie. Maar het gebruik van de nieuwe automatische vuurwapens maakte hun taak haast onmogelijk. De luchtvaart, en vooral de piloten, werden zo de ogen van de legers. Vanaf dat ogenblik tot op vandaag, blijft de luchtvaart zich ongelimiteerd verder ontwikkelen als wapen.  
Tijdens de oorlogsjaren werden vele nieuwe zaken uitgevonden of verbeterd: de snelheid van vliegen, de afstand die kon overbrugd worden, de lading die meegenomen kon worden. Maar ook de observatie door fotografie liet toe om preciezere kaarten te maken, de vuurkracht werd groter, de luchtgevechten intenser en de bombardementen zwaarder.
Spijtig genoeg blijft oorlog een krachtige motor voor de ‘menselijke ontwikkeling’.
 

MEER INFO

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, stond de luchtvaart in de kinderschoenen. Maar de oorlog stimuleerde de ontwikkeling ervan. Meer nog, de oorlogsvoering in de lucht speelde voor het eerst in de Europese geschiedenis een beslissende rol.

In het begin van de oorlog werden de vliegtuigen vooral ingezet voor verkenningsvluchten. Regelmatig kwamen geallieerde en Duitse piloten elkaar tegen. Het duurde dan ook niet lang vooraleer dergelijke ontmoetingen uitdraaiden op gewelddadige confrontaties. Allerhande wapens deden hun intrede in het luchtruim. De eerste bewapening aan boord bestond uit gewone handwapens. Maar al gauw werd deze vervangen door mitrailleurs. Later werden vliegtuigen omgebouwd tot echte jachtvliegtuigen en evolueerden de man-tegen-mangevechten naar grootschalige confrontaties tussen groepen vliegtuigen. De piloten die in deze gevechten meerdere keren de overwinning behaalden kregen de eretitel ‘aas’.

De modernisering van de luchtvaart betekende ook de start van de luchtbombardementen. In het begin van de oorlog gebruikten de Duitsers hiervoor de zeppelin. Die had het voordeel dat hij hoog en geruisloos kon vliegen en een zware bomlading kon vervoeren. Maar werd de zeppelin geraakt, dan kon hij in brand vliegen of zelfs exploderen. Door de komst van de bommenwerper verdween de zeppelin van het strijdtoneel.

De inzet van vliegtuigen bij bombardementen was aanvankelijk heel primitief. Vaak gooide een piloot gewoon granaten of stalen pijlen naar beneden op de troepen van de tegenstrever. Mede dankzij de verdere technische ontwikkeling van de vliegtuigen bleek het ook mogelijk om verdere strategische doelen te bereiken.

Behalve vliegtuigen werden ook waarnemingsballonnen de lucht ingelaten om een beter zicht te krijgen op bepaalde gebieden én om de positionering van vijandige troepen in kaart te brengen. De ballonnen waren met de grond verbonden door een staaldraad en werden door middel van een windas op en neer gelaten. Onder de ballon hing een rieten mand waarin een waarnemer zat. Hij kon bij helder weer met een verrekijker de frontactiviteiten in de gaten houden en zijn bevindingen per telefoon doorgeven aan de centrale. Bovendien waren de observatieballonnen belangrijk om artilleriedoelwitten in kaart te brengen en grondaanvallen van bovenaf te sturen. Net door hun strategisch belang bij het verzamelen van informatie waren deze waarnemingsballonnen vaak het doelwit van jachtvliegtuigen. Voor piloten was een aanval op een ballon echter een gevaarlijke onderneming, aangezien ze vanop de grond verdedigd werden door luchtafweergeschut. Wanneer een ballon onder vuur genomen werd, kon de waarnemer zich vaak redden met behulp van een parachute.

In de tentoonstelling ‘Wanneer de dood uit de hemel kwam’ tonen wij de oorlogsvoering in de lucht aan de hand van vele objecten.

De tentoonstelling loopt tot 15 augustus 2018.

Meer info